Snert a la Veronica

Wat is er nu een meer traditioneel Hollands wintergerecht dan goed gevulde zelfgemaakte snert? En dan natuurlijk wel zo dat je lepel er rechtop in kan blijven staan, want ja anders is het  net een bouillon.

Ik had het geluk dat mijn huisgenoot het ‘geheime’ familie recept voor de beste erwtensoep van haar moeder heeft weten te bemachtigen. Dus deze week weer een keertje een gastblog, of ja een gast recept. De erwtensoep naar recept van mama Veronica, heerlijk bereid door dochter Eva.

En natuurlijk is dit recept voor 5 liter soep want als je erwtensoep maakt dan maar je meteen voor de hele familie en of vrienden kring.

Ingrediënten
600 gram soepvlees ( doorregen sukadelap of suddervlees van het rund)
1 mergpijpje of een stuk schenkel met bot
500 gr spliterwten
4 flinke uien
– 4 winterpenen
1 knolselderij
2 flinke stronken prei
2 aardappels
1 pak gerookte spekjes
1 kruidenbuideltje runderbouillon (ja dit wist ik ook niet maar dit zijn een soort van theezakjes met kruiden die je in de soep hangt, liggen gewoon in de supermarkt bij de bouillonblokjes)
12 maggiblokjes
2 blokjes goudbouillon
Selderij
Peterselie
– Rookworst naar wens
– Peper

En natuurlijk voor erbij roggebrood met wat mosterd en katenspek erop.

Bereiding
Zet het soepvlees, het pijpje op in een flinke pan halfvol met warm water en laat het aan de kook komen. Hang het zakje runderbouillon in de pan en voeg de bouillonblokjes bij het vocht. Spoel de erwten af in een vergiet en laat de even uitlekken. Niet te lang laten staan om te voorkomen dat ze een klont worden. Doe de spekjes in een koekenpan en smoor ze tot ze gaar op een zacht vuur (niet bakken). Snijd de rest van de groenten. Als het water kookt doe je er de spliterwten, de knolselderij, de winterwortels, de aardappels de  uien en de prei bij. Doe de gesmoorde spekjes bij de soep. Voeg peper toe naar behoefte. Zout is vaak niet nodig omdat de bouillonblokjes al zout genoeg zijn.Het vuur zacht zetten tot hij af en toe een blub geeft en blijf regelmatig doorroeren. Pas op voor aankoeken aan de bodem.

Na ongeveer een half uur of 3 kwartier is het vlees stevig gekookt maar valt het nog niet uit elkaar. Haal het dan even uit de soep. Het is dan nog makkelijker in blokjes te verdelen, die daarna weer in de soep kunnen zodat ze gaar worden. Snijd het peterselie- en selderijblad in grove stukjes en houd apart tot op het laatst. De stelen kunnen fijn gesneden en daarna meekoken in de soep. Als de soep een uur of 3 zachtjes heeft gekookt zijn de meeste groenten fijn gekookt. Vind je dat de soep te dik wordt kun je er wat meer water in doen.

Voeg de rookworst ongesneden bij de soep en laat die 20 minuten meekoken. Doe de gesneden peterselie en selderij op het laatst bij de soep. Voor je de soep serveert verdeel je de rookworst naar keuze in een stuk of plakjes. Realiseer je dat de smaak uit de rookworst trekt als je plakjes te lang laat meekoken.

De roggebrood plakjes smeren, een lekker glas wijn inschenken en dan:

Bon appétit!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *